Leeuwarden - De binnenstad van Leeuwarden werd zaterdagmiddag overspoeld door scouts. Ze vierden met de manifestatie Scout it Out! het eeuwfeest van wat vroeger de Padvinderij heette. En dat heeft met name één toekomstige bruid geweten.
Neee! Ik hoor er niet bij! Echt niet! Echt niet!” Een jonge vrouw in een blauwe prinsessenjurk rent gillend door de Grote Kerkstraat in Leeuwarden. Vrijgezellenfeest.
Maar dat weten de honderden scouts die zaterdagmiddag een vossenjacht houden in de binnenstad natuurlijk niet. Als vliegen op stroop storten ze zich op de arme bruid in spe. De échte vos, een wat zwaarder geschminkte prinses vijf meter verderop, heeft het een stuk minder druk. ,,Ze hoort er niet bij, ze gaat trouwen!”, schreeuwen de vriendinnen van het slachtoffer tussen hun schaterlachen door. Maar daar is de volgende golf in het groen geklede kinderen die een stempel wil bemachtigen.
Nog mazzel voor de pseudoprinses dat van alle scouts die zaterdag in Leeuwarden zijn om het eeuwfeest van hun organisatie te vieren, alleen de jongsten - de welpen en kabouters - achter verklede volwassenen aanzitten. De iets ouderen - de echte scouts, beige overhemden - doen een ronde door de binnenstad langs allerlei spellen. Lege flessen wegschieten met een luchtdrukkanon bij de Waag bijvoorbeeld, of een wedstrijdje kanoën in de gracht van de Nieuwestad.
En de oudste groep - de explorers, in het rood - doet een speurtocht aan de hand van de mobiele telefoon: op ieder punt moeten ze het antwoord vinden op een vraag. Als ze dat woord naar de centrale sms’en, krijgen ze een nieuw coördinaat. En ze mogen ook nog tokkelen vanaf de Oldehove: aan een staalkabel van de ruim veertig meter hoge toren afroetsjen.
‘Akela, ik doe mijn best’
Al met al is de stad werkelijk vergeven van de scouts. Dat roept duidelijk herinneringen op bij het winkelpubliek. ,,Akela, ik doe mijn best!”, roept een babyboomer in rode broek een groepje na dat op weg is naar het Oldehoofsterkerkhof, de centrale ontmoetingsplaats voor de manifestatie Scout it Out!
Daar vertelt voorzitter Allard Nicolai dat liefst elfhonderd leden zich hebben opgegeven, van negentien van de 23 verenigingen die er in Fryslân zijn. Die schreeuwen natuurlijk graag hun strijdkreten naar elkaar, maar kunnen ook keurig stil in de houding staan als de vlaggen worden gehesen en de verschillende leeftijdsgroepen ‘de wet’ opdragen: de uitleg in één zin van wat een welp/scout/explorer behoort te doen.
Een welp is bijvoorbeeld ‘eerlijk, vriendelijk en houdt vol en zorgt goed voor de natuur’. ,,En daar gaan we echt voor”, legt begeleider ‘Bagera’ van de welpengroep van Sint Michiel en Lioba uit Harlingen uit. ,,Spelenderwijs geeft je ze iets mee over respect. Veel kinderen leren thuis vooral om voor zichzelf op te komen, maar hier gaat het om samenwerken, niet altijd je eigen zin doordrijven.”
Hij toont onmiddelijk een praktijkvoorbeeld. ‘Mango’, die net te horen heeft gekregen dat hij zijn lege pakje drinken bij zich moet houden tot hij een prullenbak tegenkomt, mikt het snel tóch in een put als Bagera zich even naar de journalist omdraait.
Maar niet snel genoeg. ,,Mooi! Jij hebt een strafpunt.” Het jochie kijkt sip terwijl de leider hem gebiedt de put open te maken en het kartonnetje eruit te vissen. ,,Maar dat stinkt!” - ,,Dat kan zijn, maar wij gooien hier niet zomaar iets in het riool.”
‘Overleven in de natuur’
Anna Toxopeus (10) zit net een half jaar bij de kabouters (meisjes van zeven tot elf), maar ze kan al heel precies uitleggen wat ze leuk vindt aan scouting. ,,De leiding verzint telkens leuke spelletjes en knutseldingen. En we gaan ook op zomerkamp, dan leren we overleven in de natuur.” Nou ja, nuanceert ze: ,,Dan gaan we in ieder geval een kampvuur maken.”
Het kunnen maken van een goed, veilig kampvuur lijkt een van de stoerste vaardigheden die een scout opdoet in zijn carrière. Iedereen begint erover, zelfs burgemeester Crone tijdens zijn openingspraatje. Op het Oldehoofsterkerkhof ontbreekt een groot vuur dan ook niet. Het wordt brandende gehouden tot halverwege de avond, als alle groepen zijn uitgesjouwd en ze samen een maaltijd hebben genoten, aangeleverd vanaf de vliegbasis.
Aan het eind krijgen alle groepen een kooltje van het vuur mee, dat ze kunnen gebruiken om bij hun eigen club ‘het vuur van Scouting brandende te houden’, letterlijk en figuurlijk. Want dat is best wel nodig, erkent Wiebrand van der Meer die de informatiestand bemant.
,,Bij buitenstaanders heeft scouting best wel een suf imago. Maar je leert juist zoveel nuttige dingen die je in de normale wereld ook nodig hebt! Je kunt je ontplooien, ontwikkelen, je leert dingen organiseren, leiding geven.”
Scouting Nederland werkt in het jubileumjaar aan manieren om die competenties op een of andere manier bewijsbaar te maken, weet Van der Meer. ,,Dat je een document of iets dergelijks krijgt dat je kunt laten zien bij een sollicitatie, of om vrijstellingen te krijgen als je bijvoorbeeld een lerarenopleiding doet. Want je weet dan immers al hoe je leiding moet geven aan kinderen.”
Bron: http://www.frieschdagblad.nl/